‘Wat denk je zélf?’

Inmiddels ben ik al 3,5 jaar onder behandeling bij een psychiater. Sinds een tijdje zie ik haar ‘nog’ maar één keer per maand. Het is wel heel fijn dat dit nog zo is, want zoals ik laatst bijna in tranen tegen haar zei aan de telefoon: ‘Ik heb deze persoonlijkheid pas één jaar, het voelt soms alsof ik nét heb leren lopen!’

Ik bedoelde daarmee dat ik pas sinds een jaar enigszins in contact sta met wat ik voel, wat ik wil en wat ik nodig heb om me oké te voelen. Daarvoor was mijn gehele identiteit zwaar verstoord en dat uitte zich in ernstige vermoeidheidsklachten, onverklaarbare pijn, angsten, depressies en persoonlijkheidsproblematiek. Ik stond totaal niet in contact met mezelf.

‘Wees autonoom’ is dan ook een van de eerste dingen die mijn psychiater me zei en die ik heb opgeslagen in mijn hoofd. Ik schreef het zelfs op een vel papier en plakte het aan de muur. Autonomie is het recht om zélf te bepalen wat je doet, om je eigen koers te bepalen. Het was voor mij extreem belangrijk om dat te leren, want tot die tijd werd ik in al mijn beslissingen gestuurd door wat ik dacht dat anderen van mij verwachtten. Ik had ook heel veel bevestiging nodig. Doe ik het wel goed? Klopt het wel wat ik zeg?

Ik was een stuurloos schip, want mijn kompas was stuk. Dat kompas in jezelf, de intuïtie, dat stukje normen, waarden en moraal dat maakt dat je weet wie je bent, wat je wil en waarom, waar je grenzen liggen, hoe je in de wereld staat. Dat maakt dat je simpelweg wéét wat je moet doen in een situatie, omdat je je eigen raadgever bent. Misschien staat het voor mij wel gelijk aan volwassenheid; autonomie maakt dat je langzaam je ‘eigen vader en moeder’ wordt, de belangrijkste graadmeter in je eigen leven.

Ik voel me soms bijna alsof ik een soort autonomie-bootcamp heb doorlopen. De favoriete vraag van mijn psychiater was (en is) dan ook: ‘Wat denk je zélf?’ Dat was voor mij nog een verdomd moeilijke vraag, want vaak had ik géén idee. Natuurlijk liet ze me niet spartelen en ondersteunde ze me waar nodig om uit te zoeken wát ik nou zelf dacht en voelde en vond. Alles was erop gefocust om mij als zijnde uniek persoon helemaal naar voren te brengen. Inclusief alle gevoelens en gedragingen die bij mij horen. Ze heeft me niet willen kneden naar het ‘ideale, sociale plaatje’, of naar een ‘persoon zonder scherpe randjes’, maar gewoon richting Rivka en wat allemaal bij haar hoort.

Ik herken mezelf nu in alles wat ik doe en dat is nieuw. Ik ben minder zoekende en minder verloren, omdat ik stiekem zelf het antwoord wel weet. En tegelijkertijd schroom ik minder om hulp en steun te vragen, want ik heb nu ook de autonomie om te denken: ik kán dit niet alleen, ik ga nú om hulp vragen.

Mensen prijzen me wel eens om mijn zelfverzekerdheid, of ze vinden me ‘dapper’ of ‘sterk’ of ‘moedig’. ‘Hoe heb je dit gedaan?’ vragen ze dan. Tsja… Ik heb heel hard getraind, denk ik dan. Ik heb door schade en schande geleerd om continu, gedurende de hele dag bij míj te zijn en te voelen wat ik nodig heb. Niet ten koste van andere mensen, want ik vind het ontzettend belangrijk om een goed mens te zijn voor anderen, maar ook niet meer ten koste van mijzelf.

Als ik weer in oude patronen verval, de regie uit handen geef en weer als een soort passief, weerloos wezen achter de feiten aanhol, roept mijn psychiater soms letterlijk: ‘STOP, RIV!!!!’
Dan schrik ik weer op uit mijn passiviteit en pak ik weer de lead als zijnde CEO van ‘BV Rivka’, zoals mijn psychiater het wel eens omschrijft. Wat heeft BV Rivka nodig om te functioneren en niet ‘failliet te gaan’?

Op die manier manage ik mezelf en zorg ik voor mij als ware ik een ‘bedrijf’ dat ik moet runnen. Het klinkt pragmatisch en dat is het ergens ook. Het gaat over gevoelens en gedachten en pijn en verdriet en weet ik wat allemaal, maar ook ‘gewoon’ over dom doen wat ik moet doen om overeind te blijven. En als ik bijna omkieper of BV Rivka risico loopt, dan is er gelukkig nog de toezichthouder in de vorm van de psychiater. Dat oogje in het zeil betekent ontzettend veel voor mij en maakt ook dat ik dapper durf te zijn.

Zo balanceer ik mijn weg door het leven, met heel veel focus en toewijding en uithoudingsvermogen, maar ook met de daarbij behorende vermoeidheid en chagrijnigheid en ‘niet meer willen’. Want geloof mij: ik ben BV Rivka soms echt spúúgzat en ik zou het ook best geinig vinden als alles in mij zich íets beter en makkelijker liet reguleren en automatiseren. Maar dat is (nog) niet zo, dus blijf ik aan de bak. In de hoop dat die autonomie, die BV Rivka, uiteindelijk iets meer zelfsturend wordt, zodat ik iets vaker met mijn voeten op het bureau van mijn kantoor kan zitten wachten tot ik weer even moet ingrijpen. Een passievere rol in dit geheel lijkt me namelijk best lekker, kan ik je vertellen.

Tot het zover is, probeer ik koste wat kost scherp te blijven om mezelf zo goed mogelijk door deze obstakelbaan genaamd ‘leven’ heen te leiden. Al mopper ik regelmatig op dat vreselijk complexe BV Rivka en dan met name op de toezichthouder (psychiater) en de CEO (mezelf)… 😉 en zou ik best wat vaker vakantie willen van deze ‘baan’… dat geef ik eerlijk toe.