Ik tuimel achterover in de eindeloze diepte. Ik val en ik val en ik hoop op een vangnet. Ik zit gevangen tussen de angst om te leven en de angst om te sterven. Er kan een auto opdoemen die ik te laat zie, mijn hart kan haperen en ermee stoppen. Ik kan midden in een zin onderbreken worden, niet meer in staat mijn levensverhaal af te schrijven. Er zullen losse eindjes zijn, dingen die ik nog niet heb kunnen uitleggen. Ik wil het niet. Ik wil hier nog niet weg. Maar tegelijkertijd ben ik soms zo bang om hier te zijn. Er kan voortdurend wat misgaan en er is geen moment waarin ik kan ontsnappen aan mezelf. Ik zit in mijn lichaam en ik kan er nooit uit. Als kind beangstigde dit me al. Wenste ik soms dat ik heel even vrij had van mij. Even elders bijkomen en dan weer terug mijn lichaam in. Alleen in mijn slaap is er pauze. Misschien dat ik daarom zo bang ben om niet te kunnen slapen. Ik houd het niet vol als ik geen moment vrij krijg van mezelf.
Ik denk teveel na, dat is een feit. Ik pluis alles uit, ik wil doorgronden. Ik wil begrijpen. Dat maakt het leven interessant, maar tegelijkertijd doodeng. Want áls je je eenmaal verliest in gedachtenexperimenten, dan voelt dat soms als eindeloos tuimelen en vallen tot je oren ervan suizen en je hart sneller klopt.
En dan is het weer even tijd om te stoppen en je te richten op aardse, degelijke dingen.
De afwas, koken of rennen naar de tram. Iets dommigs, iets saais. Om me voor even te redden van mijn voortrazende gedachten.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

You may use these HTML tags and attributes:

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.