Mijn oude buurvrouw van 89 – deel 3

Daar was mijn oude buurvrouw weer, om me te vragen of ik haar wilde uitleggen wat die man van het gasbedrijf nou ook alweer tegen haar zei een uur ervoor. Ik leg haar uit hoe het ook alweer zat, dat ze binnenkort de gasleidingen komen vernieuwen en controleren, dat dat niet eng is maar het vooral veiliger maakt, dat die mannen heel goed weten wat ze doen. Oh en niet onbelangrijk, dat ze de deur open moet doen als ze aanbellen; de buurvrouw is nogal sociaal angstig. Ondertussen arriveert er een grote vrachtwagen van het Centraal Boekhuis, met daarin een pallet met honderd van onze boeken. Ze helpt me met het uitpakken van de dozen en ik laat haar het boek zien. Ze wijst naar de foto van Anne. “Die woont hier ook boven toch?” Ik beaam dat. Ze vindt het een mooi boek.

Na een tijdje raken we een diepere laag. “Het leven is voor mij heel erg zwaar,” zegt ze. “Ik ben 89, ik heb niemand meer, ik hoop dat de dood mij snel komt halen. Ik zou eigenlijk de hele dag alleen maar willen huilen, maar ja, dat doe je ook niet.” Ik zeg haar dat ik het me goed kan voorstellen en dat ik denk dat ik dat ook zou hebben. Ze vraagt me of ik in God geloof. “Nee,” antwoord ik, “maar ik weet dat anderen zijn aanwezigheid wel kunnen voelen en daar veel aan kunnen hebben, hoe is dat voor u?” 
“Hij is nogal wispelturig,” zegt ze, “soms voel ik hem, maar vandaag is ‘ie er even niet.” “Misschien heeft ie het effe druk en is hij er morgen weer?” opper ik. “Als hij er is, bent u gelukkig niet helemaal alleen.” Ze zegt dat dat waar is. Jammer dat hij er niet altijd is, die God.

“Niet rond vertellen dat het leven voor mij zo zwaar is,” zegt ze me. “Het is niet iets om je voor te schamen,” antwoord ik, “ik voel me soms ook heel erg verdrietig en ik weet dat heel veel andere mensen zich ook zo voelen. Het hoort ook bij het leven, het is soms jammer dat het allemaal zo binnenskamers blijft.” “Het is fijn dat ik met jou kan praten,” zegt ze, “ik heb het idee dat je me begrijpt. Je bent een schatje.” Ik antwoord dat ik me vereerd voel dat ze me vertelt hoe ze zich voelt.” Ze pakt mijn hand, die van haar is koud, ze gaat naar binnen om zich op te warmen. “Tot later!” zeg ik, “doe de groetjes aan je vriendin,” zegt ze nog.

Ik draai me om naar de meneer van het gasbedrijf die voor de deur aan het werk is. “Zoveel eenzaamheid,” verzucht ik tegen hem. “Daar zou nationaal echt nog meer aandacht voor mogen zijn. Het is zo’n verborgen probleem.” Hij beaamt dat. “Je hoeft eigenlijk zo weinig te doen voor zo iemand,” zegt hij. “Ja,” zeg ik, “je hoeft letterlijk alleen maar te luisteren, verder niets.”

Meer lezen over mijn buurvrouw?
deel 1
deel 2