Vandaag ontving ik een mailtje waarin ik, ten overstaan van de andere ontvangers, op het matje werd geroepen over mijn afwezigheid bij een aantal koorrepetities. Terwijl ik me tijdig en met opgaaf van reden afgemeld had.
Het brak me.
Elke dag ga ik door het stof en doe ik alles wat ik doe in mijn ogen niet goed genoeg, maar toch doe ik het. Ik geef voor het eerst in mijn leven soms eerlijk toe dat ik bepaalde vakken of repetities niet trek en dat ik er niet altijd kan zijn. Ik communiceer hier zo openlijk mogelijk over naar mensen. Als men dit dan niet oppikt en mij publiekelijk aan de schandpaal nagelt en afdoet als een onverantwoordelijk iemand die er zomaar niet is, word ik woedend.
Elke dag van mijn leven staat in schril contrast met hoe het ooit was.

Ooit was er een meisje van wie iedereen verwachtte dat ze het ver zou schoppen.
Ze had al van kleins af aan een muzikaal talent dat je niet vaak zag. Haar stem liet mensen huilen. Ze zong met een enorm gemak.
Men zei haar dat ze een natuurstem had, een stem die van nature al zo goed en bijzonder is dat er maar weinig aan geschaafd hoeft te worden. Waar ze ook zong, ze werd overladen met complimenten en grootste verwachtingen. Ze zong voor op het beste conservatorium van Nederland, waar het hoofd van de zangafdeling haar gelijk probeerde in te lijven. Haar zangleraren noemden haar een van de grootste talenten met wie ze ooit gewerkt hadden. Zangcollega’s noemden haar de meest talentvolle student van het hele conservatorium. Haar docenten wilden dat ze in het buitenland bij de grootste docenten en op de grootste conservatoria zou studeren.
Iedereen was het over een ding eens: Dit meisje had een uitzonderlijk talent en kon een grote carrière gaan nastreven.
Dat meisje, dat was ik.

Ik heb al die heisa nooit gesnapt. Ik vond het leuk om complimentjes te krijgen, dat zeker.
Maar voor de rest deed ik voor mijn gevoel niets bijzonders. Ik heb nooit uitzonderlijk veel gestudeerd of me enorm veel in het zingen verdiept.
Ik studeerde gewoon, op mijn eigen manier en dat was altijd goed genoeg.
Pas later kwam ik erachter dat ook het tempo waarin ik iets kan instuderen bijzonder snel is.
Ik zag wat ik zelf deed en kon altijd als de standaard. Ik heb nooit beseft dat het bijzonder was wat ik kon.

Naast mijn schoenen lopen ging ik dus niet, ik heb ook niet het gevoel dat dat in mijn aard ligt.
Maar al die lofuitingen deden wel wat anders met mij. Ik ging geloven dat mensen mij puur waardeerden om het zingen. Als ik dat om wat voor reden dan ook niet meer zou kunnen, zou ik afdoen voor de hele wereld en mijzelf.
Ik heb mijn hele kindertijd bijna letterlijk overal gezongen. Eigenlijk kwam er bij elk sociaal gebeuren wel een moment waarop iemand vroeg: “Kan Rivka niet even wat zingen?”
En dat deed ik dan ook altijd, want ik vond het gewoon leuk om te doen en het was verder totaal pretentieloos.
Maar als er één facet van je persoonlijkheid en kunnen zo wordt bejubeld en uitgelicht door iedereen, worden alle andere delen van je heel erg klein.
Uiteindelijk was ik Het Zingen geworden. Ik worstelde mij door de middelbare school heen en verdroeg alle nare vakken met één gedachte: Hierna ga ik naar het conservatorium en kan ik eindelijk elke dag alleen maar doen wat ik eigenlijk wil. Het voelde een beetje alsof ik de hemelpoorten zou bereiken na het ontvangen van mijn VWO-diploma.
Er kwam ook vreselijke angst bij het zingen kijken. Ik had letterlijk het gevoel dood te zullen gaan als ik niet meer kon zingen. Als ik aan mij dacht zonder het zingen, dan zag ik een blanco persoon voor me. Een nietszeggende schim.

En toch is mijn grootste angst werkelijkheid geworden. Na het afsluiten van mijn middelbare school bereikte ik niet de hemel, maar de hel, in de vorm van angst, depressie en vermoeidheid. Er was een periode waarin ik helemaal niet meer kon zingen. En daarna zijn er jaren gevolgd waarin ik het maar weinig kon doen en nog maar amper optrad en les had. Er kwamen enorme kansen op mijn pad die me qua carrière naar grote hoogten hadden kunnen tillen, die ik heb moeten afslaan. Mijn goede contacten in ‘het wereldje’ verwaterden. Boven alles kan ik tot op heden de studie van mijn dromen, waar ik mijn hele leven naar toeleefde, maar op halve kracht doen. In het begin heb ik nog geprobeerd om mijn niveau te blijven halen. Maar ik ruïneerde mijzelf ermee. Na jarenlang vechten heb ik moeten toegeven dat ik niet meer kan voldoen aan mijn eigen lat. En toch ben ik niet gestopt met de studie.
Ik studeer nog steeds klassieke zang. Elke dag ben ik er mee bezig, maar elke dag moet ik weer aan mezelf toegeven dat ik niet voldoe aan de verwachtingen die anderen ooit van mij hadden. De verwachtingen die ik uiteindelijk ook van mezelf kreeg.

Ik kan niet anders zeggen dan dat het echt heldenmoed vergt om jezelf in de ogen te kijken en te zeggen: De verwachtingen die jij en anderen van jou hadden ga je niet inlossen. Je moet je erbij neer leggen dat je niet de energie hebt om de potentie in je volledig tot uiting brengen.

Ik ben nu eindelijk zover dat ik me hier redelijk bij heb neergelegd. Ik zing nog steeds en ik hou er ook nog steeds intens van, maar het is niet meer de hoofdzaak in mijn leven. Ik doe er ook andere dingen naast. De grootste carrièreplannen die ik had, heb ik naast me neergelegd. Ik kijk nu meer naar wat ik elke dag kan, op dat moment, en zie wel waar dit me uiteindelijk leiden zal.

De omgeving is hier soms nog wat minder makkelijk in. Mijn vader vraagt regelmatig, lichtelijk in paniek: “Studeer je nog wel? Zing je nog wel? Treed je nog wel eens op?” Hij lijkt zich nog niet te beseffen dat ik ook volwaardig mens kan zijn zonder het zingen.
Iets wat ik zelf ook pas sinds kort geloof.
Het mailtje van vandaag bracht me weer even terug bij dit besef. Hoe goed je ook je best doet en hoezeer je ook probeert te handelen naar eer en geweten, soms komt dat nog niet over bij mensen. Het maakt me boos en verdrietig, maar ik vrees ook dat ik me hierbij moet neerleggen.

Vroeger leefde ik altijd in de toekomst en ontvluchtte ik de dagen, dacht ik me te begeven op al voor mij gebaande paden. Vandaag besef ik dat elk dag dag een reis op zich is. Dat ik simpelweg niet kan weten wat er nog op me wacht.
Ik ben meer gaan kijken naar mezelf als persoon; naar wie ik ben en niet zo zeer naar wat ik kan.
Ik wil graag iemand die geen toevoeging nodig heeft om volledig te zijn. Niet Rivka, de zangeres. Of Rivka, de schrijfster.
Gewoon: Rivka. En dat dat voldoende is.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

You may use these HTML tags and attributes:

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.