Mijn grootste troost

Ik zou nooit geholpen willen worden door iemand die alléén ervaringsdeskundig is. Ik ben heel eigenwijs en neem eigenlijk alleen dingen aan van mensen die meer weten dan ik, die jarenlang met hun neus in de boeken hebben gezeten en die mij om de oren kunnen slaan met kennis die ik nog niet wist. Ik vind het sowieso woest aantrekkelijk als iemand meer weet dan ik, maar dat is een verhaal voor een andere keer.

Tegelijkertijd kan ik ook niks met alléén maar kennis. Feit is dat die kennis vaak gebaseerd is op de standaardnormale verdeling, waar ik dan misschien toch weer die griet ben die ver van het midden ligt of bij wie het nét even anders werkt (of die dénkt dat het anders voor haar werkt…) En zoals gezegd ben ik nogal eigenwijs, dus meegaan in standaardprotocollen vind ik sowieso een dingetje. Daarnaast ben ik ook nog eens het type smoke and mirrors en op dat gebied komt die ervaringsdeskundigheid dan weer van pas, iemand die het meteen aanvoelt als je mooi weer zit te spelen. Ik ben dus overduidelijk op zoek naar de combi; een psychiater, psycholoog of psychotherapeut die ook nog eens ervaring heeft met hetzelfde als ik. Nou, kom daar maar eens om. Het is een speld in een hooiberg en ik ben op dat punt misschien wel te veeleisend.

Gelukkig voor mij kwam ik er pas achter hoe fijn deze combi is, toen ik haar al had gevonden. Tot die tijd wist ik simpelweg niet wat ik miste en had ik al een soort van vrede gesloten met een kluizenaarsleven, als een kleine gek die toch door niemand wordt begrepen. Niet echt een groot probleem, want in mijn fantasie kwam ook een stel katten voor die dan bij mij in huis zouden wonen en geloof me, die beesten snappen wél alles. Ik was ook niet al te verbitterd, ik heb nooit echt de schuld gelegd bij de wereld of de mensen en heb altijd geweten dat ík gewoon degene was die misschien een beetje te intens en veeleisend is. Een beetje eenzaam was dat wel, maar niet onoverkomelijk. Ik kon best aardig door een deur met mezelf.

Tot die ene hulpverlener, die én veel meer kennis bezat dan ik ooit zal hebben op psychisch vlak én me ook nog eens begreep. Maar dan ook echt. Niet dat gevoel dat iemand in de buurt zit te vissen, maar nét niet de kern raakt. Nee, zij begreep dingen van mij die ik al lang in het vakje ‘blijkbaar onbegrijpelijk voor de buitenwereld’ had geparkeerd. Dat was een soort onverwacht cadeau en ik kan niet uitleggen hoe diep dit me keer op keer weer raakt.

Ze hoeft bijna niks te zeggen, ze hoeft niet in details te treden, maar ik wéét gewoon, ik vóel gewoon dat ze weet wat ik bedoel. Ondertussen zie ik hoe ze, ondanks het feit dat ze dus misschien wel een beetje op mij lijkt, floreert in het leven en prachtige dingen doet. Dat geeft hoop. Niet de hoop dat het ‘automatisch’ wel goed zal komen met mij, maar de hoop dat wanneer ik heel erg mijn best doe om mijn rare, bontgekleurde, veel te drukke bovenkamer te leren managen, ik het misschien ook wel red.

Niet omdat ik wil zijn zoals zij of wil doen wat zij doet. Oh nee. Ik heb nooit idolen gehad en zij valt daar ook zeker niet onder. Maar omdat het troost dat ik haar zie shinen en weet dat het haar misschien vanbinnen wel net zoveel moeite kost en heeft gekost, maar dat dat ze het tóch doet. Ook al lijkt het aan de buitenkant veel makkelijker dan het is. Toch lukt het haar, ondanks alles, of misschien wel dankzij. En die gedachte is mijn grootste troost.