Ik kan me elke keer opnieuw voorstellen aan onze buurvrouw, want haar geheugen laat haar duidelijk al een beetje in de steek. “Rivka, dat is ook een bijzondere naam!” Annes naam vindt ze chique, “doe de groetjes aan Anne en zeg maar dat ze een héle chique naam heeft.”

Altijd als ik haar tegenkom vertelt ze dat haar man dood is. “Mijn man is dóód” zegt ze dan, met de nadruk op dat woord, ‘dóód’. Alsof ze zichzelf ervan moet overtuigen dat het echt zo is. Daarna volgt de rest van het rijtje dode mensen, “mijn broers, mijn zus, sommige vriendinnen, allemaal dood en nu ben ik alleen.” De eerste keer dat ze dit vertelde stroomden er tranen over haar wangen. Ik begon haar direct te knuffelen, waarna ik me pas afvroeg of dat wel oké was. “Is het oké als ik u even knuffel?” vroeg ik. Ze antwoordde niet, ik denk dat het oké was. Hoe vaak word je als 88-jarige vrouw nou eigenlijk nog vastgehouden?

Ik voel me altijd een beetje schuldig als er alwéér een pakketje bij haar is afgeleverd omdat wij er niet waren. Maar ze vindt het gezellig, al die postbezorgers, zegt ze. “Is Anne ook wel een beetje sterk?” wil ze weten. “Anne is heel sterk,” zeg ik, “ze tilt al die pakken zo de trap op.” “Anne is ook wel een pittig type hè” zegt ze, terwijl ze een weerbarstig gezicht trekt. “Dat is alleen maar haar uitstraling,” zeg ik, “eigenlijk is ze vooral heel erg lief.”

De buurvrouw is al oud, maar mensen schatten haar jonger in dan ze is. “Je bent nog zo positief,” zeggen ze dan. Ze laat het maar zo. “Ik breng ook heus wel eens een zondag jankend door,” vertrouwt ze me toe. “Dat snap ik echt heel erg goed,” zeg ik. Ik voel het in al mijn vezels, een gevoel van plaatsvervangende eenzaamheid maakt mijn botten koud.

Je zal maar 88 zijn, in je eentje in zo’n groot huis wonen, en alle mensen van wie je hield zijn dóód. De wereld verandert zo hard, de vraag is wat je nog begrijpt, al helemaal als je man altijd alles voor je deed.

“Ik had vandaag echt een rotdag,” zei ze laatst. Wij, een beetje bezorgd over wat ging komen, luisterden aandachtig. “Er kwam vandaag een monteur een nieuwe wasmachine brengen, omdat de oude kapot was. Maar ik had die al 25 jaar en ik snap niks van de nieuwe en nu durf ik niet te wassen.”

Ergens denk je dan, ‘ah joh, een nieuwe wasmachine, dat leer je toch zo’. Tot ik besefte wat het daadwerkelijk betekende. Iedereen ging weg, alles is nieuw en soms is zo’n wasmachine, weer iets ouds dat weggaat, dan gewoon even de druppel.

Lieve buurvrouw, ik ga mijn best doen om de komende tijd aan kracht, energie en lef te komen om eens bij u aan te bellen om te vragen of u zin heeft om een kopje thee met mij te drinken. Ik weet dat u uzelf nooit zou opdringen, de wereld is voor u veel te groot en te overweldigend en te eng zonder uw man aan uw zijde. Ik ben óók een angsthaas, maar ik hoop deze angst te overwinnen om binnenkort eens bij u aan te bellen. Een goede buur is immers beter dan een verre vriend.

Lees verder: Mijn buurvrouw van 88 – deel 2

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

You may use these HTML tags and attributes:

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.