Leven met een psychisch rommelhoofd is topsport

Leven met een psychisch rommelhoofd is topsport. Het vraagt om discipline, toewijding, zelfkennis, doorzettingsvermogen, genoeg rust nemen, grenzen confronteren. Het is als leren rijden op een héél onstuimig paard. Alleen een gedisciplineerde ruiter krijgt het onder de knie. En zelfs dan slaat het dier nog wel eens op hol.

Ik ben heel lang in therapie geweest om grip te krijgen op depressie, angst, persoonlijkheidsproblematiek, vermoeidheid en pijn. Ik heb medicatie gekregen en handenvol tools om te achterhalen waardoor mijn gevoel, mijn gedachten en mijn gedrag zo verstoord waren geraakt en hoe ik dit kon veranderen. Het gaat beter dan een paar jaar geleden, echt véél beter. Toch denk ik niet dat ik ooit volledig van mijn klachten afkom.

Ik ben vatbaar voor psychische shit, iets wat deels gewoon genetisch bepaald is. Daarnaast zijn bepaalde zaken zo diep met mijn persoonlijkheid verweven dat ik niet verwacht dat het ooit nog slijt. Ik ben er van overtuigd dat ik elke dag van mijn leven zal moeten dealen met een overdosis emoties, gedachten, angsten, reflexen, gevoelens en dat ik altijd bezig zal blijven die te reguleren en in goede banen te leiden. Dat stopt niet op een dag, mijn hoofd blijft toch grotendeels zoals ‘ie is. Ik moet aanvaarden dat ik sneller vermoeid ben dan anderen en me sneller psychisch niet goed voel.

Maakt dat me wanhopig? Soms. Maakt dat me strijdlustig? Vaak. Ik zie en ken andere psychisch rommelhoofden die toch succesvol zijn en doen wat ze willen doen. Ook hen heeft het de wereld aan moeite gekost. Ook zij zijn elke dag bezig alles vanbinnen in de goede banen te leiden. Ik geloof dat ik dit ook kan, dat het mogelijk is om met al mijn kwetsbaarheden en moeilijkheden onder mijn arm tóch een goed leven te leiden. Maar ik denk dat dit pas begint bij de acceptatie van mezelf, met alle trekjes erop en eraan, wel of niet beschreven in de DSM.

Ik leer steeds beter om het leven – voor mij – realistisch te zien. Te snappen hoe ik ervoor kan zorgen dat ik dingen kan doen en volhouden zonder dat ik steeds weer volledig uitval. Dat ik mezelf niet hoef te straffen door pas te stoppen als ik niet meer kan, maar dat ik mezelf ook niet hoef te pamperen. Er is een middenweg en die werkt voor mij. Ik moet soms met mijn kont tegen de krib en dingen net even anders aanpakken dan de meute. Dat vergt lef, maar het maakt ook sterk. 

Ik ga nog vaak genoeg op mijn bek. Dan voel ik me onvoorstelbaar moe, suïcidaal of in paniek. Er zijn momenten dat ik het gevoel heb te moeten kotsen van angst. Ook die gaan voorbij. Vaak nemen de heftige gevoelens af, als ik mezelf met zachte hand erdoorheen help.

Let’s go, laten we de wereld veroveren, in het grote en in het kleine. Kom vandaag je bed uit (of juist even niet!), ga naar die sollicitatie. Doe boodschappen, wandel een rondje, vraag hulp, begin aan die studie. Allemaal even grote prestaties wat mij betreft. Leer jezelf kennen, steun jezelf, laat jezelf niet in de steek. Wees dapper en ga het aan, wat ‘het’ voor jou ook moge zijn.