Laten we ons eerst inzetten voor waardig ouder worden

Als ik nadenk over de term ‘voltooid leven’ dan zie ik een leven voor me met een logisch chronologisch verloop. Je wordt geboren, gaat naar school, gaat aan het werk, krijgt een liefje en kinderen, gaat met pensioen. Daarna komt de ‘laatste fase’. Het liefje sterft misschien eerder dan jij en ook je vrienden zijn de pijp uit. Je bent al twintig jaar gestopt met werken en bent niet langer van maatschappelijk nut. Je krijgt ouderdomskwaaltjes. Lastig, want moeilijk te rijmen met de actieve persoon die je altijd bent geweest. Soms wens je dat je stilletjes zou wegglijden in je slaap, maar iedere ochtend word je toch weer wakker.

Mijn ervaring met het leven is echter dat het niet zo’n duidelijke chronologie kent. Ik ben mijn leven al een paar keer opnieuw begonnen. Elke keer kwam er een einde, een punt waarop ook ik me heb afgevraagd of ik er niet een definitief einde van zou maken. Ik heb het niet gedaan. Ik wachtte en er diende zich weer een nieuw begin aan. Na de ‘voltooiing’ van het oude, kwam er iets nieuws. Een nieuwe levensfase, een nieuwe invulling.

Ik ben ‘nog zo jong’, maar ik heb het leven altijd al ervaren als me continu leren verhouden tot wat is. Dat kan elke dag wat anders zijn en verschilt per levensfase. Ik durf het misschien zelfs wel de zin van het leven te noemen. In me leren verhouden tot alles wat het leven me brengt, ook tot lijden, ligt voor mij de uitdaging.

Als ik denk aan ‘de wereld van D66’, dan voelt het letterlijk alsof de drijvende kracht achter mijn bestaan zou verdwijnen. Als ik denk aan ultieme ‘individuele keuzevrijheid en zelfbeschikking’, dan denk ik aan een hele superficiële wereld, waarin de diepte ingaan bijna overbodig wordt. Mijn ervaring is namelijk dat ik juist de diepte in ga door een gebrék aan keuzes. Als ‘linksaf of rechtsaf?’ geen optie is, dan móet ik wel diep naar binnen duiken, op zoek naar zingeving.

‘Zingeving’, het is een term van de afgelopen tijd. Nu de religie naar de achtergrond verdwijnt, zoeken we naar nieuwe manieren om te leren dealen met alle existentiële vragen. Waartoe ben ik op aarde? Wat heeft het allemaal voor zin? “Tegenwoordig wordt het verschil tussen je biografische leven en je biologische leven steeds groter” zegt kamerlid van D66, Pia Dijkstra. Maar is dat niet iets wat je door de hele geschiedenis al ziet? Hoe beter de gezondheidszorg en de kwaliteit van ons voedsel, hoe groter de kans op ouder worden. Gedurende de eeuwen hebben we blijkbaar toch geleerd hoe we zin kunnen geven aan al die ‘extra jaren’. Is dat niet opnieuw de opgave voor de mens, nu de levensverwachting wederom steeds verder stijgt?

Wanneer je pleit voor ultieme keuzevrijheid, dan haal je voor mijn gevoel de drijvende kracht achter alles wat ‘niet van deze wereld’ lijkt, weg. Waarom zou je nog kunst maken als je daartoe niet wordt aangespoord door het leven, omdat je te allen tijde zélf de teugels in handen hebt? Die noodzaak die achter kunst zit, komt in mijn optiek voort uit een ultieme poging tot omgaan met wat het leven dan ook maar op je bordje legt.

Je ziet mensen van alle leeftijden zich verhouden tot het grootste lijden. Soms komen ze er nooit meer uit. Vaak vinden ze toch een weg. Ik zie niet in waarom dat ineens zou ophouden als je ‘oud’ bent. Wordt het niet tijd om onze ouderen weer echt voor vól aan te zien, als mensen met veerkracht die kunnen leren omgaan met tegenslag, in plaats van ‘mensen in de laatste levensfase van wie het leven bijna voltooid is’?

Ik geloof namelijk niet dat alle mogelijkheden al zijn uitgeput. Veel ouderen zijn eenzaam of krijgen niet de zorg die ze nodig hebben. Daarbij lijkt ‘ouder worden’ voor steeds meer mensen een crime. Er jong uit blijven zien door middel van crèmes, pillen en cosmetische prikjes is helemaal hip. Zelfredzaamheid is een pré, om hulp vragen een no go. Het lijkt wel alsof de hele maatschappij er tegenop ziet om ouder te worden. Als je eenmaal oud bént, blijkt deze vrees niet onterecht. De ouderenzorg is verre van optimaal. Hoe moet je je leren verhouden tot het nodig hebben van hulp, als deze hulp totaal niet op orde is? Als ‘om hulp vragen’ al op jonge leeftijd wordt afgestraft, in deze tijd die draait om het succes van individuen?

Wat zou er gebeuren als we ons meer richten op het bieden van zingeving, óók in de laatste levensfase? Als we oudere mensen weer volledig betrekken in de maatschappij, ook al zijn ze niet meer altijd zelfredzaam? Als we goede zorg bieden, actief inzetten op het behouden en doen ontstaan van sociale contacten, er op tijd bij zijn als ouderen last hebben van psychische klachten? Doelstellingen die niet van vandaag op morgen zijn geregeld, maar die me relevanter en urgenter lijken dan het door de Tweede Kamer jassen van een voltooid leven-wet.

Stel… We zijn twintig jaar verder (laat ik eens optimistisch zijn). De ouderenzorg is op orde. De mensen in het land erkennen dat ook. Voor de jongeren is de zorg ook beter geregeld. Mensen hoeven niet meer op eindeloze wachtlijsten te staan en worden niet meer van het kastje naar de muur gestuurd bij comorbide problematiek van lichaam of psyche. Het is weer normaal om af en toe eens op de schouder van een ander te leunen, of je schouder aan een ander aan te bieden. Zorg vragen mág en kán weer, zodat het op je oudere dag niet als een mokerslag komt dat je andere mensen nodig hebt.
Misschien is er dán eindelijk ruimte over om te kijken of zo’n voltooid leven-wet nog wat bij kan dragen, al is het dan wellicht niet eens meer nodig.

“Het is geen kunst oud te worden; het is een kunst ermee te leven.”

J. W. von Goethe