Joods

Als kind wist ik al dat ik Joods was. Qua bloed en naam, niet qua geloof. Ik wist niks van de gebruiken, de rituelen of de religie. Toch voelde ik dat ik het was. In de geschiedenisles ging het natuurlijk wel eens over de Tweede Wereldoorlog en ik voelde me altijd aangesproken als het over Joden ging. Als je het idee hebt dat je je naam hoort, word je alert, ik heb dat ook als ik hoor dat het over Joden gaat.

Ik wist wel dat er heel veel Joden waren vermoord in de oorlog. Ik weet nog dat ik achterop de fiets zat bij mama en dat ik aan haar vroeg waarom Hitler de Joden zo stom vond. “Joden zijn heel slim en ze kunnen heel goed muziek maken en daar was hij heel jaloers op” was haar antwoord. Later begreep ik natuurlijk dat het veel complexer lag en dat echt niet alle Joden muzikaal zijn of hyper-intelligent, maar ik weet nog dat het een antwoord was dat ik als kind kon volgen.

Ik speelde zelf namelijk ook viool en we speelden thuis ook wel eens klezmermuziek; de volksmuziek van de Ashkenazische Joden. Ik ben zelfs wel eens op ‘klezmerkamp’ geweest. We kampeerden een week lang in een tent en speelden elke dag klezmermuziek met alle mensen die er waren.

Ik heb verder nooit veel van mijn Joodse achtergrond geweten, ik denk ook deels omdat mijn Joodse oma er nooit veel over heeft willen vertellen. Ze heeft mijn moeder ook opgevoed met het idee dat je nooit aan mensen moet vertellen dat je Joods bent, iets wat mijn moeder op haar beurt ook enigszins doorgegeven heeft. “Vertel maar niet op het speelveldje dat je Joods bent, Riv, straks gaan ze je er mee pesten.” Toen ik het een keertje wel had verteld, op de sportclub, ging het als een lopend vuurtje rond. Kwam er ineens een teamgenootje naar me toe: “Ben jij Jooooods?” 

De reacties als je vertelt dat je Joods bent zijn vaak geïnteresseerd, verbaasd en soms een beetje ongemakkelijk. Zo had mijn zusje een geschiedenisdocent die geschrokken uitriep: “Gecondoleerd!!” Dit verhaal kon rekenen op hard gelach bij ons thuis. Toch is het gek om te bedenken dat er inderdaad voorouders van mij zijn vermoord omdat ze Joods waren. “Ach, we zagen ze toch al nooit” was mijn oma’s ontwijkende antwoord daarop. Verdringing? Ze had twee oorlogen meegemaakt – eerst de Tweede Oorlog in Nederland en vervolgens de Bersiap in Indonesië. Kom je daar ooit helemaal overheen? Haar moeder was op haar beurt ook al gevlucht voor Jodenvervolging in Polen, de zogenaamde pogroms. Een mysterieuze vrouw van wie niemand veel wist. Wel getrouwd met een Joodse man, mijn overgrootopa. Ik heb hem ooit opgezocht in het register van de overlevenden van de Holocaust. Zijn naam, voorzien van de aantekening and family. Mijn oma dus. 

Een aantal jaar geleden ging ik me meer verdiepen in de geschiedenis van de Joden en in die van mijn eigen familie. Ik bladerde in het boek van de ene vervolging naar de andere. Het greep me naar de keel. Als je leest hoe hard mensen hebben geprobeerd Joden uit te moorden is het bijna een wonder dat er überhaupt nog Joden zijn. Ik voelde me heel vreemd. Alsof ik er niet had mogen zijn. Ik sprak hier met een Joodse kennis over. “Rivka, laat dit nu even voor wat het is, verdiep je er niet te grondig in en duik ook niet te diep in die familiegeschiedenis. Je hebt géén idee.” Ik begreep wat ze bedoelde. De ellende die je kunt opdiepen als je als Jood in je familiegeschiedenis duikt is onbeschrijfelijk. Het ging op dat moment al niet zo goed met me, ze probeerde me te beschermen. Dus genoot ik maar van wat ik het beste ken van het Jodendom – de muziek. Ik luister het terwijl ik dit schrijf. Het geeft me een warm gevoel, ik herinner me hoe ik er als kind op danste en ik krijg spontaan zin om mijn viool erbij te pakken. 

Onlangs vond ik voor de zoveelste keer mijn kettinkje met Davidster weer terug, dat ik twee jaar geleden kocht, vlak na de Dodenherdenking. Ik ben dat ding zo vaak kwijt geweest, maar altijd komt hij weer tevoorschijn uit een kledingstuk, van de vloer of uit een verhuisdoos.  Ik lijk wel vervolgd te worden door het Joods-zijn zélf! Veel mensen associëren een Davidster met Israël en vanwege de spanningen daar hoor ik wel eens dat mensen dit Joodse symbool alsnog niet meer durven dragen. Ik vind dat jammer, maar ook ik heb hem uiteindelijk afgedaan. Ik was toch bang voor antisemitisme vermomd als antizionisme. Maar de Davidster is ook een vervloekt symbool omdat Joden het verplicht moesten dragen in de Tweede Oorlog om geïdentificeerd te kunnen worden als Jood. Dat ik hem tegenwoordig in vrijheid mag dragen omdat ik dat zélf wil, vind ik eigenlijk heel mooi. Ik ben namelijk trots op mijn Joods-zijn. Ik ben trots dat ‘we’ er nog zijn!

Misschien wordt het toch tijd om hem gewoon weer om te doen.