In de wachtrij voor verandering

Ik vind de ‘Hey, het is oké’ campagne altijd wel mooi. Met name omdat ik een sucker ben voor dit filmpje. Het is op een of andere manier zo herkenbaar, dat je opstaat in de ochtend en ondanks al je angsten tóch de dag in stapt, naar je werk, of naar school. Ik vind het mooi dat de mensen in het filmpje hun angst letterlijk ‘met zich meenemen’ de dag in. Hoe fijn zou het zijn als dat gewoon openlijk kon, dat je op kantoor tegen je collega kan verzuchten hoe moe of bang je bent die dag, zonder dat jij (of die collega) het gevoel hebt dat de wereld vergaat. Daarbij vind ik de website van de campagne (heyhetisoke.nl) ook vrij nuchter opgebouwd: dit zijn de verhalen, dit zijn de symptomen, dit kun je doen… et cetera. Lekker pragmatisch, daar kan ik wel wat mee.

Tegelijkertijd is er één ding wat knaagt als ik de site bekijk. Uiteraard wordt er verwezen naar de huisarts, die jou dan weer door kan verwijzen naar passende hulp, bijvoorbeeld in de basis of gespecialiseerde ggz. Daar begint mijn buikpijn, want dan zit je daar bij die huisarts, na het kijken van de ‘hey’-campagne en dan neemt die óf zijn/haar poortwachtersfunctie héél serieus (want die wachtlijsten zijn al zo lang), of hij/zij verwijst je door en met een beetje pech sta je dan alsnóg op een eindeloze wachtlijst. En hey, dat vind ik dus NIET oké, dat je eindelijk die stap naar hulp maakt en dan alsnog van een koude kermis thuiskomt. Dat geeft me oprecht een heel dubbel gevoel en maakt bijna dat ik een disclaimer zou willen zetten bij de campagne: “Hey, het is oké, maar eh… je moet misschien wel héél lang wachten op passende hulp.”

Dus: enerzijds schieten de initiatieven om psychische problemen bespreekbaar te maken als paddenstoelen uit de grond en als je je nog niet hebt aangesloten bij deze hype, loop je inmiddels hopeloos achter… 😉 Maar anderzijds sta je met serieuze psychische problematiek vaak nog steeds in de kou. En dat vind ik zo’n ontzettend grote paradox van vandaag de dag; het enerzijds pushen om toch in godsnaam open te zijn, maar het anderzijds simpelweg níet kunnen leveren van passende zorg voor iedereen. Het enerzijds verheffen van de doorvoelde ervaring en deze ook steeds vaker professioneel inzetten, maar het anderzijds niet kunnen bieden van zorg aan mensen die nog mídden in die ervaring zitten. Ik begrijp niet hoe ik deze tegenstrijdigheden kan rijmen. Het zorgt voor een spagaat in mijn hoofd, die met elk voor openheid pleitend initiatief en daartegenover elk wanhopig bericht over of uit de ggz of jeugdzorg groter wordt.

Als we pleiten voor meer openheid, voor meer kennis en de ervaring van mensen met psychische klachten steeds meer willen zien en horen, dan hoop ik toch ook dat met name die gespecialiseerde ggz, die er nu een beetje hinkepotend achteraan hobbelt, snel degelijke krukken krijgt aangeboden. Ik ben de zoveelste die dit roept en ik realiseer me dat ook terdege. Je zou inmiddels een wachtrij kunnen vormen van alle mensen die wachten tot er écht eens fundamenteel wat verandert. Het feit dat díe rij zo lang is en steeds langer wordt, stemt me dan weer voorzichtig hoopvol.

‘Wachten wordt beloond,’ zegt men wel eens. Wie weet wat er nog staat te gebeuren. Maar laten we tot die tijd warme kopjes thee zetten voor de collega op werk die erdoorheen zit. Een kaartje op de bus doen voor ons nichtje dat al maanden thuiszit. Onze handen uitsteken naar de personen voor en achter ons in de wachtrij.