Ik pas niet in de wereld (en dat is prima)

Al jong merkte ik dat ik niet in de wereld pas. Maar ik heb nooit de behoefte gevoeld om mijn omgeving te veranderen of naadloos aan te laten sluiten op mij. Ik wilde mijzelf ook niet veranderen. Ik wilde mezelf wel laten zien, maar de vrijheid geven aan anderen om me wel óf niet te begrijpen. Ik wil mezelf zo goed leren kennen, dat ik weet dat de oordelen van anderen niet hoeven aansluiten bij mijn mening over mezelf. Ik wil mijzelf erkenning geven, in plaats van wachten op de erkenning van een ander. Ik hou niet van wachten en geloof dat ieder mens allereerst de verantwoordelijkheid draagt voor zichzelf.

Het idee dat ik de wereld volledig kan of moet kneden naar mijn ideaal vind ik dan ook onrealistisch. Ik ben vooral op zoek naar een vorm waar we allemaal in lichte mate tevreden mee kunnen zijn. Maar dit betekent ook dat de wereld zich nooit volledig zal vormen naar ons als individu. Altijd nét een vorm zal hebben die ons niet volledig past. Dat is het compromis van met zijn allen iets moeten delen, terwijl we allemaal unieke vormen hebben. Ik probeer te leren leven met de pijn van nooit volledig in de wereld passen. En het is die pijn die we misschien wel allemaal met elkaar gemeen hebben.

We passen allemaal net niet. En daarin zit dynamiek verscholen. Het kan je een leven lang bezig houden. Positie bepalen, perspectief wisselen. Je geprikkeld en opgewonden voelen over het feit dat het nooit makkelijk wordt en dat er altijd nieuwe dingen zijn om te leren kennen en ervaren. Iets wat niet helemaal op jou aansluit, zal jij nooit volledig leren kennen. En daarin zit voor mij levenslust verscholen en een grenzeloze nieuwsgierigheid naar dat wat ik niet begrijp. Ik zou me rot vervelen in een – voor mij – ideale wereld.