Ik ben altijd zeer talig geweest en goed in het uitdrukken en doorzien van dingen.
Als ik opstellen lees van mezelf van toen ik tien was, denk ik soms “Ach, mens, schei toch uit, doe niet zo wijs en ga met de poppen spelen.” Sommige 14-jarigen praten nog niet eens zoals ik daar praat.

In feite is dat goed kunnen babbelen ook slechts een façade, waardoor mensen denken dat je alles altijd heel goed op een rijtje hebt. Met openheid in woorden heb ik geen moeite, maar wel in het laten aanhaken van mijn gevoel. Tegen huisartsen heb ik moeten lullen als brugman om een verwijzing naar de psychiater te krijgen, omdat ze volgens mij gewoon dachten ‘dit kind is veel te helder om een psychische ziekte te hebben’.

Mijn huidige psychiater is de eerste die door dit wijsneuzerige gedoe van mij heenprikte. De eerste paar keer heeft ze alles wat ik zei voortdurend onderbroken. Alles wat gelul was, viste ze er zo uit en smeet ze terug in mijn gezicht. Ze kapte al mijn gepraat verder en verder af, tot alleen het minimale overbleef. Daar was ik dan: Een hoopje ellende, dat dissocieerde bij ongeveer alles waar we over spraken.
Dat soms huilde en iets zei maar vaker zweeg.
Deze aanpak klinkt hard en meedogenloos, maar het is een van de meest liefdevolle dingen die iemand ooit voor me heeft gedaan. Ze heeft me bevrijd van het juk der intelligentie. Tegen haar praat ik niet langer in volzinnen en soms kom ik zelfs niet op de simpelste woorden. Maar ze vindt het niet erg. Ze ziet kwetsbaarheid en daar gaat het haar om.
Ik denk dat je kwetsbaarheid vinden een van de belangrijkste dingen is in therapie. Je kunt alle theorieën en gebeurtenissen snappen en kunnen beredeneren in je hoofd, maar als je ze niet durft te doorvoelen, verandert er slechts aan de oppervlakte iets, is mijn ervaring. Vanbinnen blijft alles een even grote chaos, met nog een extra stukje geleerde opsmuk er bovenop.
Hoe vaak ik in mijn leven wel niet heb gehoord hoe leerbaar ik ben. Op muziekles, op het werk, bij therapie.
Dat het tempo waarin ik leer en dingen uitvoer ‘niet normaal’ is. Maar het gevoel loopt vaak enorm achter op mijn ratio en dan zie ik mezelf alsnog in slowmotion op een muur klappen, zonder te kunnen stoppen.

Intelligentie: het is een zegen en een vloek. Het heeft er voor gezorgd dat ik mezelf nooit helemaal kwijtgeraakt ben, omdat er altijd een ‘wijze vrouw’ in mij was die een oogje in het zeil hield. Maar het zorgt er ook voor dat ik altijd moet uitleggen hoe het met me gaat, omdat niemand het ooit doorheeft. Ja mensen, that’s my art. Ik ben, wie jij niet ziet en wie jij ziet die is er vaak niet.
Het is aan mij om niet langer een schaduwspel te spelen en oprechter te laten zien wat er in me omgaat.
En over hoe dat moet, zwijgt mijn kennis als het graf. Dat geef ik dan maar gewoon eerlijk toe.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

You may use these HTML tags and attributes:

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.