De psychiater zegt dat ik door mijn neurotransmitters heen ben.
Dat verklaart mijn matte stemming van de afgelopen dagen en het gevoel dat niks me meer raakt.
“Het lijkt wel alsof je LSD-trip gehad hebt” zegt de psychiater.
Ik zit uitgeput bij haar in de spreekkamer, mijn focus is all over the place, ik val continu weg. Mijn ogen vallen dicht en mijn hoofd is leeg. Op simpele vragen als ‘wat ga je vandaag nog doen’ weet ik het antwoord niet.
Mijn hoofd is een echoput vol leegte en een vage herinnering van angst en pijn.

De afgelopen weken waren een soort achtbaan. Ik beleefde innige momenten van geluk, diepe verbintenis, intens verdriet, grote angst. Ik duikelde maar rond en ik genoot van de trip. Ik beet me vast in alle emoties die op mijn pad kwamen, zwelgde erin, bekeek ze van boven tot onder, van links naar rechts, van voren en opzij.
Tot mijn lichaam sidderde en schokte, mijn adem hortend en stotend werd.
Tot ik begon te moodswingen en in 10 minuten ging van ‘ik wil dood’ naar ‘hee, ik zet een kop thee en doe gezellig de kaarsjes aan’.
Ik vertel over deze moodswings aan de psych. “Het lijkt wel een opera” zegt ze. “Misschien moet je een borderline-opera maken in 1 akte, dan kom ik kijken.”
Ik moet lachen. Het is kut, die moodswings, maar het heeft ook iets lachwekkends en bizars. Het is doodvermoeiend, maar laat ook zien dat ik over veerkracht beschik.

Maar nu is het ineens vakantie en hoef ik niks. Dus eindig ik apathisch op de bank.
En daarna dissociërend op de ‘sofa’ bij de psychiater.
“Wat ga je nu doen om hier weer uit te komen?” Ze blijft het maar herhalen en ik weet het gewoon even niet.
“Boodschappen doen?” mompel ik uiteindelijk. “Kijk, nou komen we ergens” lacht de psychiater.
Soms verdrink ik zo in de hevigheid van het leven dat ik dat soort simpele dingen vergeet. Schoonmaken, koken, een boek lezen, ik kom er gewoon niet meer aan toe.
Ik voel me een baby omdat de psychiater me hierbij moet helpen. Maar in de dieptes waarin ik vaak duik, hebben dat soort oppervlakkige zaken bijna geen bestaansrecht. Terwijl het juist de reddingsboeien zijn waaraan ik mezelf boven water kan trekken.

‘Ik ga aspergesoep maken. Van de witte. Die je dus moet schillen. Geestdodend kutwerk. Vast enorm heilzaam weer hè’ mail ik smalend naar de psychiater.
Ze wilde per se weten wat ik ging maken, ook al weet ze dat ik het een enorm saai onderwerp vind. De gewone dagelijkse dingen kunnen me vaak maar weinig bekoren. Stiekem leef ik het liefst in uitersten. Maar uiteindelijk trekt mijn hoofd dan aan de noodrem.

En dus stofzuig ik, dweil ik en ruik ik nu naar schoonmaakmiddel. Lees ik een boek met een kopje thee. Ga ik zometeen die vreselijke asperges schillen.
En mijn god, wat vind ik het saai.
Maar wat heb ik het nodig nu.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

You may use these HTML tags and attributes:

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.