Categorie: Blogs (pagina 1 van 3)

Meer blogs van mij vind je op dsmmeisjes.nl

Het is maar een mening

Het valt mij wel eens op dat mensen al snel denken dat je een stelling aanneemt, wanneer je slechts een vraag stelt of een gevoel of gedachte uitspreekt. Voor je het weet zit je dan in een soort van politieke arena waarin het allerbelangrijkste lijkt om absoluut bij je standpunt te blijven, terwijl ik het juist zo leuk vind om te schuiven. Naar je toe, van je af, naar mezelf toe, van mezelf af. Aan het einde van het gesprek zit ik dan misschien wel op een heel ander punt, heb ik heel andere inzichten opgedaan, weer wat nieuws geleerd. Ik weet niet hoe het met jullie zit, maar mijn denken is niet absoluut in de zin van ‘goed’ of ‘fout’ of ‘dit is precies zo’.

Meer lezen →

Joods

Als kind wist ik al dat ik Joods was. Qua bloed en naam, niet qua geloof. Ik wist niks van de gebruiken, de rituelen of de religie. Toch voelde ik dat ik het was. In de geschiedenisles ging het natuurlijk wel eens over de Tweede Wereldoorlog en ik voelde me altijd aangesproken als het over Joden ging. Als je het idee hebt dat je je naam hoort, word je alert, ik heb dat ook als ik hoor dat het over Joden gaat.

Meer lezen →

Leven met een psychisch rommelhoofd is topsport

Leven met een psychisch rommelhoofd is topsport. Het vraagt om discipline, toewijding, zelfkennis, doorzettingsvermogen, genoeg rust nemen, grenzen confronteren. Het is als leren rijden op een héél onstuimig paard. Alleen een gedisciplineerde ruiter krijgt het onder de knie. En zelfs dan slaat het dier nog wel eens op hol.

Meer lezen →

Eventjes zwart, vooruit dan maar

Ik houd heel erg van kracht en optimisme en licht in duisternis, dat soort dingen. Het hoeft niet alleen maar positief en ik moet wel geloven wat iemand zegt. Of er moet iets moois besloten liggen in het zware, het pijnlijke, een leermoment of dat iemand zichzelf herpakt. Ik ben behoorlijk streng; gewoon slachtofferig zielig zijn, daar kan ik heel slecht tegen. Al helemaal bij mezelf.
Meer lezen →

Mijn buurvrouw van 88 – deel 2

Soms voelt tegen een oudere praten hetzelfde als tegen een kind. Ze kijken om zich heen en zien dingen die ze niet begrijpen, die je ze vervolgens uitlegt. Ik legde vandaag de pakketdienst van PostNL uit en dat die mij een bijzettafeltje en een spiegel had gebracht. “Jullie hebben het wel leuk samen hè,” zegt ze. Ik beaam dat. Vervolgens komt ze schoorvoetend uit op de bloemen die we haar toegestuurd hebben en dat ze daar ‘heel erg verlegen van werd’. “Ik ging gelijk op zoek naar mijn mooiste vaas, die is van kristal, want mijn man heeft die meegebracht vanuit het buitenland. Ik moet nu door het weer wel de hele tijd opletten of ze nog genoeg water hebben. Wil je ze zien?” Ik stem in, ook al weet ik allang hoe de bos eruit ziet, aangezien ik hem zelf had besteld. Meer lezen →

Mijn buurvrouw van 88

Ik kan me elke keer opnieuw voorstellen aan onze buurvrouw, want haar geheugen laat haar duidelijk al een beetje in de steek. “Rivka, dat is ook een bijzondere naam!” Annes naam vindt ze chique, “doe de groetjes aan Anne en zeg maar dat ze een héle chique naam heeft.”

Altijd als ik haar tegenkom vertelt ze dat haar man dood is. “Mijn man is dóód” zegt ze dan, met de nadruk op dat woord, ‘dóód’. Alsof ze zichzelf ervan moet overtuigen dat het echt zo is. Daarna volgt de rest van het rijtje dode mensen, “mijn broers, mijn zus, sommige vriendinnen, allemaal dood en nu ben ik alleen.” De eerste keer dat ze dit vertelde stroomden er tranen over haar wangen. Ik begon haar direct te knuffelen, waarna ik me pas afvroeg of dat wel oké was. “Is het oké als ik u even knuffel?” vroeg ik. Ze antwoordde niet, ik denk dat het oké was. Hoe vaak word je als 88-jarige vrouw nou eigenlijk nog vastgehouden? Meer lezen →

Pijn is pijn – lichamelijk verklaarbaar of niet

Een dokter die mijn zere heup betastte, waardoor ik al weken mank liep, vroeg me: “Huil je nou van angst of van de pijn?” Dat terwijl ik me al zo voor mijn tranen schaamde, want ik zou nooit mijn kwetsbaarheid laten zien aan iemand die ik niet ken. Van angst huilen deed ik dus zeker niet; ze deed me gewoon immens veel pijn door mijn heup aan te raken. Zuchtend gaf ze me maar een zware pijnstiller mee ‘want ze kon niks lichamelijks vinden’. Ik voelde me alsof ik haar hoogstpersoonlijk in haar ambt had aangetast. Hoe kon ik zoveel pijn hebben, terwijl zij geen oorzaak kon achterhalen? Het maakte haar overduidelijk gefrustreerd; misschien dat ze het daarom afschoof op angst. Want angst zit maar tussen de oren, niet iets waar zij zich verder druk over hoeft te maken. Meer lezen →

Goed genoeg bevonden

Ik heb mezelf altijd anders gewild. Liever, grappiger, behulpzamer, empathischer, slimmer. Minder aanwezig, minder druk, minder veel pratend. Ik dacht dat ik fundamentele eigenschappen ontbeerde, dat ik hard zou moeten werken om mezelf te kneden en te vormen, tot ik eindelijk iemand zou zijn om van te houden.

Ik probeerde stukjes van mezelf af te halen, of elders juist aan te vullen, maar schoot telkens weer terug naar het origineel. Dat ík dat was en dat dat oké was, kwam niet in me op. Ik haatte mezelf erom. Weer teveel gepraat, weer de verkeerde dingen gedaan of gezegd, weer tekortgeschoten.  Meer lezen →

De verloren zielen van december

Sinds een jaar blog ik op Instagram. Daar is een community die verhalen over psychisch herstel met elkaar deelt. Het is ontroerend, hoopgevend, eerlijk. Soms is het zwart, vaak moedig. Iedereen steekt elkaar een hart onder de riem. Het is een mooie, knusse plek van het internet, maar verstopt, verborgen. Daardoor is het niet altijd zichtbaar voor de buitenwereld. Daarnaast schrijf ik ruim 9 maanden mee met dsmmeisjes en zo heb ik ook veel mensen leren kennen die te maken hebben met psychische klachten. Ik heb mee mogen kijken in hun leefwereld middels de blogs die ze schreven, de gesprekken die we voerden.

Veel van deze mensen zijn jong. Soms zelfs verrassend jong. Ze bevinden zich zogezegd in de bloei van hun leven. Lijken op het oog succesvol, met indrukwekkende studies, goede banen, een gezinsleven. Maar er lijkt een gemene deler te zijn; de eenzaamheid die hoort bij het moeten dragen van kwetsbaarheid. Die eenzaamheid die er altijd is. Zelfs wanneer de zon schijnt, maar al helemaal in de winter. Dat is de tijd van introspectie en je letterlijk terugtrekken. Niet alleen in je huis, maar ook in jezelf. En wat je daar vindt is soms niet mals. Wat je daar vindt kan zelfs ongelooflijk veel pijn doen.

December blinkt uit in kleurrijke verlichting, in kerstbomen op iedere hoek, in vrolijke verwachting. Het duwt gezelligheid door mijn strot, terwijl die potdicht zit van ellende. Want ik voel me rot in december, bijna jaarlijks. Het leven voelt zwaarder, het missen wordt groter, de leegte wordt dieper. Mijn hoofd wordt donkerder, mijn toekomstperspectief somberder.En ik voel me boven alles ontzettend eenzaam en alleen, samen met een heleboel anderen. December blijkt niet alleen moeilijk te zijn voor ouden van dagen zonder familie, of mensen die onlangs iemand hebben verloren.

Want ik zie ze langskomen, de online posts, waarin voorzichtig wordt gedeeld dat het even niet zo goed gaat. Dat alles wat zwaarder lijkt, de moed begint te tanen. Ik zie de koppies hangen en bleker worden, de energie lager maar de goede nachten spaarzamer. En toch houdt iedereen dapper stand, want dat zijn ze, deze mensen: onwaarschijnlijk dapper. Maar hun kop boven het maïsveld uitsteken doet ze niet snel. Want kwetsbaarheid blijft vaak verborgen, uit angst, uit schaamte, uit moeilijk kunnen vertellen wat er daadwerkelijk in je hart schuilt. Want dat is zo fragiel en zo klein en de wereld is soms zo groot, zo hard.

En daarom gebruik ik nu dit platform, om tussen alle kerstreclames en knipperende kerstbomen door, even aandacht te vragen voor deze verloren zielen van december. Of we de feesten nou vieren of niet; in onze hoofden is het niet bepaald een feest. En dat is een fenomeen waar we snel aan voorbij gaan. Want december is toch voor iedereen? Kerst is toch gezellig? Ja, dat kan het vast zijn en ik wil niemand zijn of haar goede gevoel rondom deze maand ontnemen. Maar voor veel mensen is het zwaar. En je zou nog staan te kijken van hoeveel mensen dit zo voelen.

Dus, voor je je letterlijk laat verblinden door de kerstlichtjes: Kijk om je heen. Ook naar de mensen met wie het ogenschijnlijk goed gaat. Want wat kan er veel in mensen omgaan wat je aan de buitenkant niet ziet. Helemaal in deze tijd van het jaar. En wat is het fijn als dat er ook gewoon mag zijn en niet wordt weggesluisd onder het mom van ‘de lieve vrede’.
Die hemelse lieve vrede waar december om draait, kan wat mij betreft pas echt bestaan als iedereen zichzelf mag zijn en mag vertellen wat hij of zij daadwerkelijk voelt. Ook al is dat pikzwart. Want dat lijkt me de enige ware kerstgedachte: Eerlijk en echt mogen zijn. Of dat nou gezellig is, of niet.

Kerst, we moeten praten

Oh kerst,
met je afschuwelijke lichtjes, je valse liedjes, je geveinsde vrede, je roodgeneusde rendieren en je nepsneeuw. Het is nog maar half november en je zit jezelf alweer veel te fanatiek mijn hoofd in te jinglebellen. Je rakelt al mijn herinneringen op aan opgeklopte familiediners met een flinke ruzie als dessert, eenzame wandelingen met een kerstmuts op mijn kop en half stoned van de oxazepam veel te veel eten. Je bent één grote post-traumatische stressstoornis, of een pre-natale depressie, zoals mijn psychiater je ook wel eens schertsend omschrijft.

Geen feest waarop meer naar geluk wordt gezocht. Geen feest waarop geluk verder weg lijkt dan ooit. In je extreme wens om het goede in de mens naar boven te halen, klauw je zo diep dat je eindigt met rouwranden onder je veel te scherpe nagels. Hoeveel lichtjes je ook aansteekt, voor mij zullen je dagen altijd inktzwart blijven. Maar oh god, laat uw pasgeboren zoon mij bijstaan als ik dit hardop uitspreek. Ik word nog net niet wild besprongen door de gezelligheidsactivisten, met hun kerstballen en hun kersttruien. Met hun overload aan kaarsjes en ovens vol gemarteld pluimvee. “Vrolijk kerstfeest,” sprak de slager tot de kalkoen.

Oh kerst, je komt elk jaar bij me terug als een wanhopige ex-lover, maar ik moet jou simpelweg niet meer. Ik wil je uit mijn leven, maar moet toch iedere keer weer verplicht het bed met je delen. Want elk jaar zul jij die zoon weer verwekken, daarin ben je tamelijk doortastend. Je weet mij altijd weer te vinden, net als vele anderen die net zo min op jou zitten te wachten. Je komst wordt nu al breed aangekondigd. En ik en mijn medehaters trekken ons weer langzaam terug in onze sparrenvrije spelonken, terwijl we zachtjes naar elkaar fluisteren: “Ik haat hem zo.” “Ik voel me zo eenzaam als hij er is.” “Ik kan maar niet aan hem ontsnappen.” Maar we doen het altijd in het geniep, want jij bent nogal overtuigend in je grootsheid en je leger is gewapend met scherpe pieken en indrukwekkende hoeveelheden licht-ontvlambare alcohol.

Maar dit jaar ben ik het zat. Dit jaar steek ik mijn kop boven de kerststal uit en laat ik mij zien. Want kerst, ik haat jou. Net als vele anderen dat doen. Ik geloof niet in jouw kerstverhalen. Dit jaar doe ik het daarom helemaal anders. Ik doe gewoon, de 25e en de 26e, exáct waar ik zin in heb. Want het is namelijk winter en ik ben meestal moe, ziek of verkouden. En als mijn enige bezigheid verveeld sneeuwpop kleien uit opgedroogd snot is, dan is dat maar zo. Als mijn diner bestaat uit een opgewarmde kop kalkoennoodles, dan is dat maar zo. Jouw vage, ongeschreven regels verkoop je dit jaar maar aan iemand anders. Jouw kerstspelletjes speel ik niet langer meer mee.

Deze blog verscheen ook op dsmmeisjes.nl