Bij haar voel ik me rustig. Ik mis haar als ze niet bij me is. Ik vind het heerlijk om met haar te praten. Ik lig graag in haar armen.
Ik houd van haar ogen en hoe die weerspiegelen wat ze voelt. Ik houd van haar zachtheid, haar felheid. Ik houd van haar lach, die klaterend is en nog secondenlang na hikt. Ik houd van de lef die ze toont in tijden van doodsangst.
Ik wist niet hoe donker het was, tot zij kwam en de dagen lichter maakte. Ze loste geen dingen voor me op. Ze bracht geen sleutel tot geluk. Maar door haar zag ik weer uitwegen uit mijn zwart.
Iemand omschreef me laatst depressie. Het gevoel hebben alsof je je door eindeloze, dikke, grauwe modder moet voortbewegen. Elke dag, elk uur, elke minuut. Alles is altijd grijs en er is een permanent gevoel van niet willen, niet meer kunnen.
Ik besefte dat ik dat door en door ken. Ik besefte dat ik dat niet meer voel.
Ik richtte mij altijd krampachtig op het heden, omdat de toekomst veel te onheilspellend was. Ongrijpbaar, te ver, teveel beren op de weg ernaartoe.
Maar vandaag dacht ik heel even aan later en zag ik een beeld voor me. En had ik er zin in. Durfde ik vooruit te kijken en me te verheugen. Te denken dat het wel goed zou komen.
Ik weet maar weinig. En zeker niets over voor altijd en eeuwig, of de toekomst.
Ik weet alleen maar dat ik er door haar soms heel eventjes aan durf te denken.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

You may use these HTML tags and attributes:

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.