Ik zit op mijn balkon in de zon op een bankje met een zacht kussen. Mijn nieuwe huisgenoot bracht het mee, net als zacht gerommel in haar kamer en ontspannen muziek. Het feit dat er iemand om me heen is, maakt dat ik iets meer aan de oppervlakte blijf en dat is in mijn geval vaak goed. “Je bent net een soldaat” zei de psychiater. “Je duikt overal vol in en daar heb ik respect voor, maar nu moet je even lichte dingen doen, anders loopt het spaak.” Ik voel dat ze gelijk heeft. Mijn lichaam is permanent opgejaagd, flashbacks gooien me terug in situaties waarin ik me ooit begaf en waarvan ik nu pas de ernst inzie. Eigenlijk wil ik gewoon dat alles ophoudt. Maar de dood is geen optie, dus overleef ik. Ik doe dingen, ik regel dingen. Ik laveer tussen de mensen door met in mijn hoofd het diepste zwart en m’n ogen vol tranen. Ik verbaas me over mezelf. Ik moet namelijk soms ook lachen om iets, of ik vind iets mooi. Die zwartheid bén ik niet namelijk. Er schuilt heel veel levenslust in mij, die er zelfs op de zwartste momenten uitspringt. Zit ik midden in een dissociatie, opgekruld in een hoek tegen de muur gezeten, moet ik ineens lachen om een gedachte. Huil ik tot m’n oren dichtzitten, maar moet ik daarna zo hard lachen om m’n gesprekspartner, dat ik me afvraag wat de buren denken. En dit is mijn redding. Die kracht in mij die maar doorloeit en doorloeit, ook al weet ik zeker dat ik nu echt niet meer kan, dat het nu echt klaar is, dat ik nu te erg getergd word. Het is nog niet klaar.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

You may use these HTML tags and attributes:

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.