In mijn armen ligt een klein babyjongetje van drie weken oud. Hij slaapt. Dit kleine pakketje mens kan ik volledig omvatten met mijn armen. 4 kilogram, niet zwaarder dan de minikat van mijn vriendin. Ik houd van baby’s. Alles is nog schoon. Er is nog geen verleden, alleen nog maar een toekomst, hoopvol, alles is nog mogelijk. Er zit nog geen greintje kwaad in dat kleine koppetje. Er is geen oude pijn. Alles is nieuw. Ik word er altijd rustig van. Baby’s doen nog niet mee aan de reuring van het leven. Er hangt een soort sereenheid om ze heen waarmee ik me graag omring. Tot ze gaan huilen natuurlijk, dan wordt het een ander verhaal. Als ik thuiskom, plof ik op de bank. Mijn lijf en mijn hoofd zijn moe van alle zware beslissingen van de afgelopen dagen. Het is warm in huis, dus ik draag alleen een hempje en ondergoed. Dan komt mijn huisgenoot thuis. Ik zucht inwendig. Moet ik nu weer kleren aan? Waarom eigenlijk? Een bikini is toch ook normaal? “Zeg, vind jij het oké als ik in mijn onderbroek de afwas doe, of vind je dat raar?” vraag ik half grappend, half serieus. “Prima hoor,” antwoordt ze lachend.

Vandaag heb ik mijn kat laten inslapen, ik heb een baby geknuffeld, ik heb wallabies gekeken in hartje Amsterdam, ik heb mijn vriendin geknuffeld, ik heb gelachen en gehuild om m’n misère en nu ga ik in m’n ondergoed de afwas doen. I call it a day. I call it a life.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

You may use these HTML tags and attributes:

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.