Lieve, kleine Ziva,

“Here’s to the ones who dream, foolish as they may seem, here’s to the hearts that ache, here’s to the mess we make,” zingt Mia in de film La La Land. Ik zag de film vlak voordat je vorige baasje je bij me zou brengen. Ik was angstig over je komst. Kon ik wel voor je zorgen? Kon ik de verantwoordelijkheid voor je wel dragen? Zou je je wel thuis voelen bij mij? Maar toen ik deze gezongen woorden hoorde twijfelde ik niet langer. In mijn hart verlangde ik naar een kattenmaatje, zoals ik dat mijn hele leven al doe op het moment dat er even geen katje in mijn leven is. Ik ben sowieso een enorm dierenmens , maar met katten voel ik al vanaf heel jong een speciale band. Ik was klaar voor je komst.

Het mandje ging open en toen zag ik jou: een van de schuwste wezens die ik ooit heb ontmoet. Wat was je bang en op je hoede in het begin, maar langzaam wenden we aan elkaar. Je kwam graag bij me liggen, sprong lekker lomp boven op mijn buik en soms klom je zelfs op mijn schouders. Ik kon dan met jou in mijn nek door het huis lopen. ‘s Avonds voor ik ging slapen hield ik altijd even een knuffelmomentje met je. Je had dat ook echt nodig, die aandacht. Als je die niet kreeg ging je net zolang aan mijn kop zeuren tot ik naast je op de grond ging liggen om je te knuffelen en te kroelen. Als ik weggeweest was en weer thuiskwam, of als ik ‘s ochtends uit mijn bed kwam was je altijd blij. ‘Ziiiiivaaaaa,’ was het eerste wat ik riep zodra ik de deur opendeed en dan kwam je me tegemoet, al mauwend.
We hadden het goed samen en ik genoot van je knotsgekke kattenkarakter. Je was enorm toegewijd aan de mensen die je kende, maar doodsbang voor vreemden.
Maar op een dag werd je de dupe van je eigen nieuwsgierigheid en je viel, van drie hoog, uit het raam. Ik denk niet dat ik ooit zo hard gegild heb, het leek wel die scène uit de Lion King waarin Mufasa van de rots valt. Zo viel jij ook en ik hoorde je met een klap terechtkomen.
Ik heb je dag en nacht gezocht. We praatten met elkaar, jij vanuit de bosjes en ik vanaf de stoep. Wat voelde ik me wanhopig. Waarom liet je je niet gewoon vangen om weer veilig bij me binnen te komen wonen? Na een week was je echt weg en kon ik je nergens meer vinden. Ik ben je niet vergeten en ik dacht regelmatig aan je, maar ik rekende er niet meer op dat je terug zou komen. Vannacht gebeurde het toch: ik werd gebeld dat je terecht was. Ik zag je liggen in de kooi en ik herkende je meteen, mijn kattenmeisje. Ziek en uitgeput. Van je guitige karakter leek niks meer over te zijn. Je ging mee met de dierenambulance naar het dierenziekenhuis en daar zorgden ze goed voor je. Maar het bleek dat verschillende van je organen waren opgezet en dat je misschien blind was.
En dat heeft mijn hart gebroken, lieve Zief. Het idee dat je misschien nooit meer uit het raam zou kunnen kijken, urenlang de vogeltjes en het struikgewas observerend. Soms zelfs oog in oog met een duif, die je dan van ons balkon kon verjagen.
Ineens moest ik beslissen over jouw leven. Alsof ik een soort God ben. Ik dacht na en ik voelde vooral dat ik niks wist. Ik wist niet of je erg leed of nog zou lijden als ik je zou laten leven. Ik wist niet of je lichamelijk zou herstellen en bovenal wist ik niet of je, na al je woeste avonturen buiten, in je kattenkopje ooit nog weer dezelfde vrolijke, malle Ziva zou worden.
Lieve Ziva, ik gunde je een kattenleven vol met nieuwsgierig gesnuffel, geknuffel en gestaar uit het raam. Niet een leven als een lappenpopje in een kooitje aan een infuus, een leven waarin je overal tegenaan botst omdat je niets ziet, of een leven waarin je allerlei bloed- en orgaanonderzoek zou moeten ondergaan.
Ik moest een keuze maken alsof ik God was, maar ik ben God niet. Ik heb geen voorspellende blik. Ik kan niet in de toekomst kijken en zien of je ooit beter zou zijn geworden. Ik kan wel in het nu kijken en kijken naar wat ik nu voel. En wat ik nu voel is dat ik niet wil dat je in een kooitje aan een infuus ligt. Ik wil dat je rust hebt in je lijfje en in je hoofdje.
En daarom neem ik nu een keuze over leven en dood en besluit ik om je rustig in slaap te laten vallen en je te laten gaan.
Mijn liefste kattenvriendinnetje. Ik heb heel erg veel van je gehouden. Ik heb van je gezelschap genoten. Je hebt me laten lachen en me getroost op momenten dat ik me eenzaam voelde. Ik zal nooit weten of ik de juiste keuze heb gemaakt.
Maar ik hoop dat je rustig zal gaan en dat je een fijn leven hebt gehad bij mij. Ik weet niet hoe katten dingen voelen of ervaren, maar ik hoop dat je je blij hebt gevoeld en geliefd.
Ik hoop dat ik goed voor je gezorgd heb.
Het ga je goed, mijn lieve poezemeisje. Je bent maar kort bij me geweest, maar ik zal je nooit vergeten!

Liefs,
Rivka

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

You may use these HTML tags and attributes:

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.