“Ben ik raar, vergeleken met anderen?” vraag ik. Ik wacht het antwoord niet af. “Ach, het maakt ook eigenlijk niet uit, want ik ben gewoon mij.” Ik ben verrast door deze plotselinge mildheid richting mezelf. Ik merk gewoon steeds meer dat het afkraken van mezelf helemaal nergens toe leidt en alles waar ik van baal alleen maar erger maakt. Dus als ik ergens uit of doorheen wil komen, moet ik juist zacht zijn tegen mezelf, al voelt dit tegenstrijdig. Ik ben me ook meer dan ooit bewust van het feit dat ik achter mezelf moet staan. Iedereen kan weg gaan of er even niet voor me kunnen zijn. Alleen ik ben er altijd. Dit besef sloeg laatst in als een bom. Het voelde intens eenzaam, maar gek genoeg ook krachtig. Ik moet het met mezelf zien te redden, dus ik kan maar beter goed voor mezelf zijn. Voor mezelf opkomen, eerlijk zijn, achter mijn keuzes staan. En oh, wat vind ik het moeilijk. Maar wat voelt het als een cadeautje als het me lukt. Wel als een presentje wat ik in het geniep uitpak, uit onwennigheid. Mag ik wel zo stellig zijn in wat ik wil? Maakt me dat niet hard? Of egocentrisch? Maar ik besef ook dat dat dan maar zo moet zijn. Ten diepste ben ik alleen en verantwoordelijk voor mezelf en dat weet ik heel goed. Ik voel me regelmatig gesteund door anderen, maar ik moet zelf de sluitende zijn van het rijtje mensen dat er voor me is. Het is diep in de nacht en ik ben samen met mij. “We moeten het samen zien te redden,” mompelt mijn innerlijke stem me toe.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

You may use these HTML tags and attributes:

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.