Ik staar naar de laatste vier treden van de trap die leidt naar mijn deur. Het zijn er vier te veel. Ik tel ze. Daarna loop ik ze op. Ik doe de sleutel in het slot. Open de deur. Ik hijg als een oude vrouw.
Mijn hoofd en lijf voelen zwart vanbinnen. Leeg als een echoput. Maar ik zie vaag lichtjes schitteren. In mij geplant door haar stem en warme adem in mijn oor, haar zachte kusjes in mijn nek. Ik reageer erop met kippenvel. Mijn lijf reageert subtiel en haast onzichtbaar, maar herkent de liefde nog wel.
Ik huil een beetje. Omdat ik me zo vaak honderd keer zwarter heb gevoeld dan nu, maar er toen niemand was. Of ik liet niemand toe.
Maar nu is er deze vrouw, dat mooie, lieve meisje aan mijn zij.
En ze kan niks voor me oplossen. Het besef dat zelfs zij dat niet kan, doet onvoorstelbaar veel pijn. Het doet mijn laatste hoop vervliegen dat iemand me redden kan. Maar het is soms tijd om wakker te worden en te beseffen dat ik het nog steeds zelf moet doen.
Maar ze blaast kleine vonkjes mijn zwart in. En dat is meer dan ik ooit had.
Ik houd van haar. En zij houdt van mij. Ook al durf ik dat nog niet altijd te geloven.
Ik ben doodsbang en ik bespeur soms even geen vooruitgang. Toch is er één ding dat ik zeker weet: Ik ben het eindelijk aan het leren, de Liefde.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

You may use these HTML tags and attributes:

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.