Ik adem zon in en ik adem negativiteit uit. Ik bevond me net in een kamer en voelde me alsof ik in het afvoerputje van de maatschappij was beland. Er waren mensen die de taal niet spraken, een jonge moeder met twee kindjes. Ik zat daar ook. Het maakt niet uit of je VWO hebt gedaan en een goed stel hersens hebt. Iedereen kan daar op een dag belanden. Ik probeer of ik op commando kan dissociëren. Het lukt een beetje. Ik kijk naar de blauwe lucht buiten en naar de vogels die daarin vliegen. Deze mensen in deze kamer, we zijn slechts een minuscuul onderdeeltje van een enorme wereld. Het stelt allemaal niks voor. Ondertussen voel ik de onderdrukte stress van alle aanwezigen gonzen door de kamer. Geen mens wil hier zijn. Niemand wil luisteren naar die iets te jolige man die ons vertelt wat we moeten doen. Nu zit ik buiten, de zon op m’n bol, de wind in m’n haren. Ik twijfel. Had ik niet toch moeten invullen dat ik wél kan werken? Heb ik mijn klachten niet aangedikt? Hoor ik hier wel?
Aan mezelf toegeven dat iets me niet lukt is zo moeilijk. Hier binnenstappen voelde als m’n waardigheid verliezen. Ik keek naar de gezichten om me heen en zag dat iedereen wenste elders te zijn, behalve de profiteurs die dromen van gratis geld op de bank. En toch zag ik die bijna niet. De meesten wilden hier oprecht niet zijn, maar konden niet anders.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

You may use these HTML tags and attributes:

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.