Ik wil je niet om de oren slaan met geluk
Ook ik weet wat gemis is, angst
En pijn die eindeloos lijkt
Voortgetrokken worden en niet meer willen
Je opsluiten in een kast en niet meer weten hoe dat moet
Die deur openen
Dat licht instappen

Ik lag daar ook
Onder die deken
En die psychiater die door de telefoon zei
“Je moet dat bed uit”
En hoe onmogelijk dat toen voelde

Mijn geluk is niet de gelukzalige zweem
Of jou een rad voor ogen draaien

Het is onderdeel van mij
Even belangrijk als het duister
Maar geen zegening die ontbering ongedaan maakt

Geen klap in het gezicht van mensen die vandaag
Niet weten of ze willen bestaan

Ik reik je de hand
Vanuit dit lijf waarin alles altijd stroomt
En niks een eindstation is of een walhalla

Ik stroom naast je en soms even door je heen en dan weer alleen
Maar we staan nooit stil
Nooit stil

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

You may use these HTML tags and attributes:

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.