Tongen die botsen
Een verdwaalde spetter spuug
Landt zachtjes op de grond
Van de stiltecoupé
Een hand verdwaalt
Onder een broekrand
Vingers strelend
Op onbekende huid
Mensen schuifelen ongemakkelijk
Sluiten hun ogen
Koptelefoons gaan op
Muziek blazend in hun hoofden
Visualiseren zij allen
Iemand die liefdevol
Woordjes in hun oor fluistert
En zij het zijn:
Een klef stel in de trein