Het is maar een mening

Het valt mij wel eens op dat mensen al snel denken dat je een stelling aanneemt, wanneer je slechts een vraag stelt of een gevoel of gedachte uitspreekt. Voor je het weet zit je dan in een soort van politieke arena waarin het allerbelangrijkste lijkt om absoluut bij je standpunt te blijven, terwijl ik het juist zo leuk vind om te schuiven. Naar je toe, van je af, naar mezelf toe, van mezelf af. Aan het einde van het gesprek zit ik dan misschien wel op een heel ander punt, heb ik heel andere inzichten opgedaan, weer wat nieuws geleerd. Ik weet niet hoe het met jullie zit, maar mijn denken is niet absoluut in de zin van ‘goed’ of ‘fout’ of ‘dit is precies zo’.

Meer lezen →

Nieuwjaarsgedicht

Weinig eenzamer
Dan de dagen vol gemeenschapszin
Pas ik nog wat minder in
De norm, de standaard, de mores
De lieve vrede zonder sores
Is er nog wel plek voor mij
Voor iemand niet zo vrolijk
Vaak moe, net wat te eerlijk
Te onaangepast, niet gepolijst genoeg
Is er nog ruimte om me te uiten
Of kan ik me beter weer binnensluiten
In mezelf, de enige plek waar ik precies lijk te passen
Voor de rest voel ik me losgeraakt
Van alle mensen
De beste wensen van deze dag
Sla ik liever even over
Als dit is wat ik wensen mag

Joods

Als kind wist ik al dat ik Joods was. Qua bloed en naam, niet qua geloof. Ik wist niks van de gebruiken, de rituelen of de religie. Toch voelde ik dat ik het was. In de geschiedenisles ging het natuurlijk wel eens over de Tweede Wereldoorlog en ik voelde me altijd aangesproken als het over Joden ging. Als je het idee hebt dat je je naam hoort, word je alert, ik heb dat ook als ik hoor dat het over Joden gaat.

Meer lezen →

Leven met een psychisch rommelhoofd is topsport

Leven met een psychisch rommelhoofd is topsport. Het vraagt om discipline, toewijding, zelfkennis, doorzettingsvermogen, genoeg rust nemen, grenzen confronteren. Het is als leren rijden op een héél onstuimig paard. Alleen een gedisciplineerde ruiter krijgt het onder de knie. En zelfs dan slaat het dier nog wel eens op hol.

Meer lezen →

Eventjes zwart, vooruit dan maar

Ik houd heel erg van kracht en optimisme en licht in duisternis, dat soort dingen. Het hoeft niet alleen maar positief en ik moet wel geloven wat iemand zegt. Of er moet iets moois besloten liggen in het zware, het pijnlijke, een leermoment of dat iemand zichzelf herpakt. Ik ben behoorlijk streng; gewoon slachtofferig zielig zijn, daar kan ik heel slecht tegen. Al helemaal bij mezelf.
Meer lezen →

Mijn buurvrouw van 88 – deel 2

Soms voelt tegen een oudere praten hetzelfde als tegen een kind. Ze kijken om zich heen en zien dingen die ze niet begrijpen, die je ze vervolgens uitlegt. Ik legde vandaag de pakketdienst van PostNL uit en dat die mij een bijzettafeltje en een spiegel had gebracht. “Jullie hebben het wel leuk samen hè,” zegt ze. Ik beaam dat. Vervolgens komt ze schoorvoetend uit op de bloemen die we haar toegestuurd hebben en dat ze daar ‘heel erg verlegen van werd’. “Ik ging gelijk op zoek naar mijn mooiste vaas, die is van kristal, want mijn man heeft die meegebracht vanuit het buitenland. Ik moet nu door het weer wel de hele tijd opletten of ze nog genoeg water hebben. Wil je ze zien?” Ik stem in, ook al weet ik allang hoe de bos eruit ziet, aangezien ik hem zelf had besteld. Meer lezen →

Mijn buurvrouw van 88

Ik kan me elke keer opnieuw voorstellen aan onze buurvrouw, want haar geheugen laat haar duidelijk al een beetje in de steek. “Rivka, dat is ook een bijzondere naam!” Annes naam vindt ze chique, “doe de groetjes aan Anne en zeg maar dat ze een héle chique naam heeft.”

Altijd als ik haar tegenkom vertelt ze dat haar man dood is. “Mijn man is dóód” zegt ze dan, met de nadruk op dat woord, ‘dóód’. Alsof ze zichzelf ervan moet overtuigen dat het echt zo is. Daarna volgt de rest van het rijtje dode mensen, “mijn broers, mijn zus, sommige vriendinnen, allemaal dood en nu ben ik alleen.” De eerste keer dat ze dit vertelde stroomden er tranen over haar wangen. Ik begon haar direct te knuffelen, waarna ik me pas afvroeg of dat wel oké was. “Is het oké als ik u even knuffel?” vroeg ik. Ze antwoordde niet, ik denk dat het oké was. Hoe vaak word je als 88-jarige vrouw nou eigenlijk nog vastgehouden? Meer lezen →

Pijn is pijn – lichamelijk verklaarbaar of niet

Een dokter die mijn zere heup betastte, waardoor ik al weken mank liep, vroeg me: “Huil je nou van angst of van de pijn?” Dat terwijl ik me al zo voor mijn tranen schaamde, want ik zou nooit mijn kwetsbaarheid laten zien aan iemand die ik niet ken. Van angst huilen deed ik dus zeker niet; ze deed me gewoon immens veel pijn door mijn heup aan te raken. Zuchtend gaf ze me maar een zware pijnstiller mee ‘want ze kon niks lichamelijks vinden’. Ik voelde me alsof ik haar hoogstpersoonlijk in haar ambt had aangetast. Hoe kon ik zoveel pijn hebben, terwijl zij geen oorzaak kon achterhalen? Het maakte haar overduidelijk gefrustreerd; misschien dat ze het daarom afschoof op angst. Want angst zit maar tussen de oren, niet iets waar zij zich verder druk over hoeft te maken. Meer lezen →

17 februari 2018 – Kameleon

Ik heb lang gedacht dat ik te gevoelig was. Ik voelde haarfijn aan hoe iemand wilde dat ik zou zijn, en was dat vervolgens ook. Tot ik alles kon zijn, behalve mij. Een kameleon pur sang. Uiteindelijk hervond ik mezelf, maar merkte ik dat ik die skill van het transformeren op het juiste moment nog steeds heb. Ik kan grapjes maken om spanning weg te halen, de juiste dingen doen om te bereiken wat ik wil, aanvoelen welke toon ik aan moet slaan in een conversatie. Het is natuurlijk niet feilloos, maar ik merk dat het vaak werkt. Ik kan mensen voor me winnen, of aan ‘damage control’ doen als dat nodig is. Ik kan een sfeer bepalen, of een gesprek sturen. Het is een handigheidje, dat me eerst volledig genekt heeft. Maar ik merk steeds vaker dat het ook z’n voordelen heeft. Dus zet ik het in, als dat handig is. Maar gooi ik het net zo lief het raam uit, als ik gewoon even ongestoord mij wil zijn, zonder trucjes.

16 februari 2018 – onvoldoende

En ineens bekruipt me het gevoel, dat ik door de mand zal vallen als ze zien wie ik daadwerkelijk ben. Niet lief genoeg, niet aandachtig genoeg. Ik schiet op alle punten tekort. Ben soms zonder woorden, als een leeg vat. Toch wil ik dan ook bij je zijn, maar ik ben zo bang dat mijn leegte niet goed genoeg blijkt. En dat ik dan weer uit alle macht mezelf probeer te vullen om toch maar diegene te zijn die je zoekt. Ik vul mezelf met lucht en buig me in alle vormen die je wil, maar uiteindelijk knal ik uit elkaar. Ik word er ongelukkig van. Maar stel nou dat ik mij ben. Dat alle greintjes aan mij mij zijn. En je vindt me dan niet leuk… Ik voel nu al de rauwe pijn en de angst dat me je verlaat. Als je het ziet, als je eindelijk mij ziet en daardoor besluit om te gaan. Dan is het niet omdat je mijn masker niet leuk genoeg vond. Dan is het echt om mij. En dat vind ik het allerergste op de wereld. Weten dat ik het was. En weten dat dat niet voldeed.